Pagina in het nederlands Pagina in het turks Pagina in het nederlands Pagina in het marokkaans

Welkom op de website van Woonsaem

WoonSaem voor Gemeenschappelijk Wonen Oudere Migranten 

WoonSaem ondersteunt en stimuleert oudere migranten om eigen gemeenschappelijke woonvormen op te zetten. De stichting geeft projecten gericht op groepswonen een stevige basis en helpt deze sneller te realiseren.

Zelfredzaamheid en de eigen kracht van ouderen die in een groep willen wonen, vormen daarbij het uitgangspunt. Stichting WoonSaem is een initiatief van Stichting Het R.C. Maagdenhuis en wordt mogelijk gemaakt door een aantal fondsen en samenwerkingspartners.

In de buurt van kinderen en kleinkinderen

Heeft u als migrant in Nederland ook jarenlang het idee gehad om op latere leeftijd terug te keren naar uw geboorteland? Wilde u daar uw oude dag doorbrengen, dicht bij uw familie en in uw eigen vertrouwde cultuur?

Misschien bent u er inmiddels achter gekomen dat dit geen optie meer is. Terugkeer zou immers betekenen dat u de warmte van uw kinderen en kleinkinderen in Nederland moet missen. Heeft u daarom de keuze gemaakt om hier te blijven en oud te worden, dicht bij uw dierbaren?

Steeds meer migranten kiezen hiervoor. De gezondheidszorg is hier goed geregeld en dat geeft de nodige zekerheid. Mocht u medische zorg nodig hebben, dan hoeft u zich daarover geen zorgen te maken. Ook de aanwezigheid van uw kinderen geeft een veilig gevoel. Zij kunnen inspringen als dat nodig is en u ondersteunen. Denk aan het regelen van praktische zaken of het tolken tijdens een gesprek met een arts.

Zelfstandig maar samen

Wilt u uw dagelijkse dingen zelf blijven doen omdat u uw kinderen niet tot last wilt zijn? En gaat uw voorkeur ernaar uit om zo lang mogelijk zelfstandig te wonen? Dan is gemeenschappelijk wonen de ideale oplossing.

Bij deze woonvorm woont u zelfstandig in uw eigen woning, naast ouderen die meestal dezelfde cultuur hebben en dezelfde taal spreken. U deelt een gemeenschappelijke ruimte en kunt samen deelnemen aan activiteiten. Deze activiteiten organiseert u samen met uw medebewoners. U bepaalt ook gezamenlijk wat er gebeurt en wanneer. U kunt er bijvoorbeeld voor kiezen om periodiek samen te eten, te sporten of een film te kijken.

Over de stichting

Stichting WoonSaem werd in 2011 opgericht door Stichting Het R.C. Maagdenhuis. Het doel was destijds om gemeenschappelijk wonen voor oudere migranten te ondersteunen. In 2014 werd WoonSaem een zelfstandige stichting, maar de warme banden met Het R.C. Maagdenhuis zijn gebleven. Het werkgebied is hoofdzakelijk de regio Groot-Amsterdam, met incidentele projecten daarbuiten.

De bestuursleden verrichten hun werkzaamheden op vrijwillige basis en ontvangen hiervoor geen vergoeding. Wel kunnen zij onkosten declareren. Het bestuur werkt nauw samen met de projectmanager in het veld en de uitvoering.

Het bestuur

Het bestuur van de Stichting WoonSaem bestaat uit:

Harry Moeskops: voorzitter 
Atie van Rhee: penningmeester 
Wendela Gronthoud: secretaris

Projectmanager: Karima Idrissi

Wilt u meer weten of heeft u vragen? Dan kunt u contact opnemen met WoonSaem.

 

 

Nieuwsberichten
Coban

Nieuwe zorgboerderij voor Turkse en Marokkaanse ouderen, naast locatie voor Skaeve Huse in Middelburg

https://www.pzc.nl/vlissingen/nieuwe-zorgboerderij-voor-turkse-en-marokkaanse-ouderen-naast-locatie-voor-skaeve-huse-in-middelburg~acd24a80/, juli 2026

Zorgondernemer Yilmaz Çoban begint een zorgboerderij voor Marokkaanse en Turkse ouderen die niet meer zelfstandig kunnen wonen. Hij heeft voor 1,2 miljoen euro de voormalige zorgboerderij van ‘s-Heeren Loo aan de Golsteinseweg in Middelburg gekocht. De boerderij staat pal naast de plek waar Skaeve Huse komen.

Door Ferdinand Koppejan

 

Volgens Çoban wordt het de eerste zorgvoorziening in Zeeland die speciaal bedoeld is voor gastarbeiders die begin jaren zeventig vanuit Marokko en Turkije naar Nederland kwamen. Hij zag bij zijn eigen ouders hoe belangrijk het is dat deze mensen zorg krijgen die bij hun cultuur past.

"Wij bieden zorg met persoonlijke aandacht”, zegt Çoban. „Daarbij houden we rekening met gewoontes, taal en normen en waarden van onze cliënten. De eerste generatie gastarbeiders komt op een leeftijd dat ze niet altijd meer zelfstandig kunnen wonen. Ze hebben een plek nodig waar ze zich vertrouwd en thuis voelen.”

Hij was al lang op zoek naar een geschikte locatie voor zijn plannen. „Zes maanden geleden hoorde ik dat deze boerderij aan de Golsteinseweg te koop stond. De financiering kwam een paar weken geleden rond. Op 6 juli krijg ik de sleutel.”

De zorgondernemer investeert fors in zijn droom. Çoban betaalde zo’n 1,2 miljoen euro voor de boerderij. Hij verwacht nog twee ton nodig te hebben om het pand en het terrein opnieuw in te richten. De vernieuwde boerderij kan volgens hem over drie maanden open. „Het moet een mooie plek zijn waar we kwaliteit bieden en waar mensen graag naar toe gaan.”

‘Moeder die iedereen omhelst’
Çoban werkte eerder als zorgondernemer in de Randstad en in Brabant. Hij heeft in Vlissingen zijn eigen zorgbedrijf AnA opgezet. „Die naam betekent ‘moeder die iedereen omhelst’”, legt hij uit. Behalve zorg voor ouderen wil hij in en rond de boerderij ook dagbesteding bieden aan jongeren met een licht verstandelijke beperking.

Wat Çoban niet wist toen hij een half jaar geleden begon met de aankoop van de boerderij, is dat de gemeente Middelburg naast zijn pand Skaeve Huse wil bouwen. Er komen kleine huisjes voor tien mensen die zoveel overlast veroorzaken dat ze niet in een gewone wijk kunnen blijven wonen. Dat gaat niet goed samen met de doelgroep waar Çoban zorg aan wil bieden.

"Ik ga graag in gesprek met de gemeente en andere omwonenden over een oplossing"

 "Een prikkelarme omgeving is belangrijk voor mijn cliënten”, zegt hij. „Toch zeg ik niet op voorhand nee tegen de opvang van mensen die elders overlast veroorzaken. Maar ik vind het geen goed idee dat zij zelfstandig in huisjes gaan wonen.”

Zorgboerderij in Middelburg of...?
„Ik ga graag in gesprek met de gemeente en andere omwonenden over een oplossing”, zegt Çoban. „Misschien kunnen de toekomstige bewoners van Skaeve Huse eerst een tijdje in mijn boerderij komen wonen. Dan kunnen we kijken of dat in deze buurt werkt. Dan zoek ik een andere plek voor mijn oorspronkelijke doelgroepen.”

Dit kan een uitweg zijn voor de gemeente.

Aan dat idee van Çoban hangt wel een prijskaartje: „Ik heb flink geïnvesteerd en ik moet personeel betalen. Maar dit kan een uitweg zijn voor de gemeente. Zetten ze hun plannen met de kleine huisjes door, dan gaat het vanwege juridische procedures nog jaren duren voordat ze er staan. Als dat al lukt.” Hij heeft het idee nog niet besproken met de gemeente en omwonenden.

In de directe omgeving van de plek waar de gemeente Skaeve Huse wil plaatsen, zijn ook een kinderopvang, de winkel van kaasboerderij Schellach en een reïntegratieplek voor gedetineerden gevestigd. Zij maken alle drie bezwaar tegen de komst van Skaeve Huse.

Benieuwd
De gemeente Middelburg zegt in een reactie benieuwd te zijn naar de details van de plannen en zegt bereid te zijn om in gesprek te gaan met Çoban.

 

Yilmaz Çoban Caption
Ouafae Karimi

Ouafae Karimi (50) richtte een kliniek op voor ouderen met een migratieachtergrond: ‘Ik wil dat zij zich gezien voelen – niet als dossier, maar als mens’

Het Parool, juni 2026

Het Parool bestaat 85 jaar en om dat te vieren belichten we Amsterdammers die zich met hart en ziel inzetten voor de stad en hun medebewoners. Sommigen op kleine schaal, anderen op grote. Vandaag: Ouafae Karimi (50) richtte de Ouderenkliniek op, met speciale aandacht voor ouderen met een niet-westerse migratieachtergrond. ‘Zorg uit handen geven is niet voor iedereen vanzelfsprekend.’

Toen Ouafae Karimi klein was en haar oma ziek werd, begreep ze niet waarom zij niet herstelde. Ze was toch naar de dokter geweest? Dan hoor je toch beter te worden? Maar haar oma genas niet. Op dat moment nam Karimi zich voor: later zal ik alle mensen beter maken. Thuis begon ze met doktertje spelen.

“Fast forward,” zegt Karimi, vanuit haar kliniek in het oude Slotervaartziekenhuis in Amsterdam Nieuw-West. “Dan kom je toch bedrogen uit.” Ze glimlacht en slaat haar handen ineen. “Als medisch specialist ontdek je dat je lang niet iedereen beter kunt maken. Wat wél kan, is echt luisteren en samen tot een behandelplan komen dat niet alleen medisch klopt, maar ook draagbaar is voor de patiënt en de familie.”

Drie jaar geleden richtte Karimi, internist-ouderengeneeskunde en infectioloog, de Ouderenkliniek op. De kliniek is voor alle ouderen, maar heeft bijzondere aandacht voor ouderen met een migratieachtergrond, zoals haar eigen Marokkaanse oma. “Goede zorg gaat niet alleen over de juiste diagnose,” zegt ze. “Het gaat ook over taal, cultuur én vertrouwen, zodat iedereen zich begrepen en gezien voelt.”

Ondertussen gaat de telefoon. Karimi heeft haar tas nog maar net neergezet. Snel opnemen: iets met een verwijzing voor het lab. “Zo gaat het dus de hele tijd,” lacht ze. “Ik ben zo terug.”

Niet gehoord in de zorg
De gezondheidsverschillen tussen ouderen met en zonder migratieachtergrond zijn groot, legt Karimi uit. Ouderen met een migratieachtergrond zijn vaak zieker en kwetsbaarder. “Veel van hen zijn in de jaren zestig en zeventig naar Nederland gekomen en hebben hier fysiek zwaar werk gedaan. Dat laat sporen na, lichamelijk én mentaal.”

“Ook vergrijzing is vaak complexer bij mensen met een migratieachtergrond,” vervolgt ze. “Er is vaker sprake van chronische ziekte, beperkte gezondheidsvaardigheden, taalbarrières, armoede, een kleiner netwerk of afhankelijkheid van kinderen.”
Juist deze groep heeft dus veel zorg nodig, maar tegelijkertijd zijn zij, volgens Karimi, in de zorg onderbelicht. “Het begon met mensen die mij vertelden dat ze liever niet naar de dokter gaan, omdat ze zich toch niet gehoord voelen. Toen besefte ik: er is een groep ouderen die we minder goed kunnen bereiken en bedienen.”

Hogere drempel naar zorg
De drempel naar zorg is voor hen vaak hoger. “In veel families zijn zij de eerste generatie in Nederland. Er zijn dan geen eerdere voorbeelden van hoe je signalen van ziektes herkent of hoe je de weg vindt in het zorgsysteem. Daardoor blijven klachten soms onopgemerkt of worden ze afgedaan als ouderdom.”
En wanneer zij wel de stap naar zorg zetten, ervaren ze vaak niet serieus genomen te worden. “Door taal- of cultuurverschillen is het niet altijd makkelijk om duidelijk te maken wat iemand voelt of nodig heeft,” zegt Karimi.

“De zorgverleners doen hun werk met veel betrokkenheid. Maar in een druk zorgsysteem, met korte consulten, is er niet altijd genoeg ruimte om taal, cultuur, familiecontext en gezondheidsvaardigheden mee te nemen. Dat is logisch, maar de patiënt ervaart: ‘Er is geen tijd voor mij, weer iemand die niet luistert’.”

Karimi geeft daarom ook lezingen over cultuursensitieve zorg, om dokters meer inzicht te geven in de behoeften van patiënten met verschillende achtergronden.

Tijd nemen om echt te luisteren
In haar spreekkamer ziet Karimi hoe zorg pas werkelijk op gang komt als er vertrouwen ontstaat. Zo vertelt ze over een moeder die niet wilde accepteren dat ze ziek was, maar steeds meer zorg van haar kinderen vroeg. De situatie thuis werd onhoudbaar, toch weigerde ze naar de dokter te gaan. Tot haar dochter via via over de Ouderenkliniek hoorde.

“Ze vertelde haar moeder dat ze bij mij in haar eigen taal, het Arabisch, haar verhaal kon doen. Dat trok haar over de streep,” zegt Karimi. Ze legde haar patiënt uit waarom bepaalde zorg noodzakelijk is en besprak ook wat daarin realistisch was voor haar dochter om te dragen.
Vanuit haar eigen achtergrond weet Karimi dat in veel culturen de zorg voor ouders wordt gezien als een verantwoordelijkheid van de familie. “Zorg uit handen geven is minder vanzelfsprekend. Daarom probeer ik die brug te vormen.” Karimi organiseert voorlichtingen voor ouderen en mantelzorgers. “Ik wil dat zij zich gezien voelen. Niet als dossier, maar als mens. Met een geschiedenis, een familie, een taal, een geloof, een lichaam dat ziek is geworden, maar een leven dat doorgaat.” En dat lukt.

Karimi lacht. Ze kijkt om zich heen in haar spreekkamer. “Wanneer iemand die hier eigenlijk helemaal niet wil zijn, toch opgelucht en met meer vertrouwen de deur uitgaat, dan weet ik weer precies waarom ik dit werk doe.”

Zorg voor ouderen is zorg voor de gemeenschap
Dat de Ouderenkliniek in Nieuw-West staat, is geen toeval. Karimi is hier zelf opgegroeid, volgde haar opleiding in de stad en deed er ook haar promotieonderzoek. “Mijn ouders wonen hier in de buurt. Amsterdam, en zeker Nieuw-West, voelt als thuis.”
“Ik wilde iets doen op een plek waar ik de mensen ken. In Nieuw-West komen veel werelden samen: verschillende generaties, culturen, families en levensverhalen. Dat maakt de zorg complex, maar ook ontzettend betekenisvol.”

Die vertrouwdheid wordt, nu haar kliniek hier ook is gevestigd, alleen maar groter. “Je hoort over een restaurant dat opent, gaat erheen en komt daar weer mensen uit de Ouderenkliniek tegen. Dat geeft een gevoel van verbondenheid.”
Volgens Karimi zegt die verbondenheid ook iets over hoe gemeenschappen zich ontwikkelen. “Ouderen dragen zoveel met zich mee: geschiedenis, familieverhalen, veerkracht, verlies, waarden en lessen,” zegt ze. “In de wetenschap zijn zij onze opleiders, maar in families zijn het onze ouders en voorouders op wier ideeën wij voortborduren. Dus als je iets voor die mensen doet, doe je daarmee ook iets voor de maatschappij."

Toekomstdromen
Karimi hoopt in de toekomst nog meer voor ouderen te kunnen betekenen. Daarom richtte zij de stichting Vrienden van de Ouderenkliniek op, waarmee ze bijeenkomsten en activiteiten voor hen wil organiseren. “Sommige ouderen voelen zich niet thuis bij het aanbod dat er is. Niet iedereen heeft iets met klaverjassen,” lacht ze.

 

Ouafae Karimi Caption

Volgens Karimi is dat niet alleen cultureel bepaald. “De ene persoon voelt zich ergens meteen thuis, de ander juist niet. Daar moet ruimte voor zijn.” Daarom wil zij met de stichting activiteiten organiseren die beter aansluiten bij verschillende leefwerelden, interesses en achtergronden.
“Dat kan variëren van het vieren van feestdagen tot een middag met Marokkaanse thee en koekjes of het samen lezen uit de Koran.” Juist via dit soort laagdrempelige ontmoetingen wil ze ouderen met de zorg kennis laten maken. “En daarmee uiteindelijk het vertrouwen in de zorg versterken.”

Met de Ouderenkliniek, haar scholingen en haar programma’s voor ouderen en mantelzorgers wil Karimi bijdragen aan een zorgsysteem waarin ouderen niet pas aandacht krijgen wanneer problemen zich hebben opgestapeld, maar eerder menselijker en beter passend worden ondersteund.
“Mijn droom is dat ouderen, ongeacht hun achtergrond, zich welkom voelen in de zorg. Dat zij ervaren: ik word begrepen. Niet alleen mijn ziekte doet ertoe, maar ook mijn levensverhaal, mijn familie, mijn cultuur en wat voor mij belangrijk is.”

https://www.parool.nl/amsterdam/ouafae-karimi-50-richtte-een-kliniek-op-voor-ouderen-met-een-migratieachtergrond-ik-wil-dat-zij-zich-gezien-voelen-niet-als-dossier-maar-als-mens~b102c036/

Beelden van de initiatieven, o.a. OBA, Het Danspaleis en Stadsreporters.

Een miljoen oudere migranten en wat ze ons leren over communityvorming Slotartikel van de reeks Communityvorming met oudere migranten

RCOAK , juni 2026

Het was voor veel mensen een eyeopener toen we in november aan deze serie begonnen: dat er ruim een miljoen ouderen met een migratieachtergrond zijn in Nederland. Een groot getal én daarom ook meteen abstract. Voor veel initiatieven die het RCOAK ondersteunt zijn deze oudere migranten hun concrete, dagelijkse praktijk. We maakten verhalen over zeven van deze initiatieven, die er heel goed in slagen om communities van én met oudere migranten te laten opbloeien. Zo ontmoetten we de mensen achter die cijfers. Initiatiefnemers, vrijwilligers, en bovenal de ouderen zelf.

Door Rieke Schouten

Dat was steeds weer een feest. We zagen en voelden het geluk dat de initiatieven brengen. We kregen inzicht in wat er precies voor nodig is om dat voor elkaar te krijgen: het ‘juiste zetje’. In dit slotartikel zetten we de belangrijkste uitkomsten op een rij en vertelt Suzanne Kooij, directeur van het RCOAK, wat zij hieruit opmaakt.

Terug naar het begin

Het openingsartikel liet zien dat ouderen met een migratieachtergrond zich vaker en sterker eenzaam voelen dan ouderen die in Nederland zijn geboren. En dat ze te vaak worden neergezet als kwetsbaar, geïsoleerd of zorgbehoevend. Erger nog: dat ze over het hoofd worden gezien.

Daardoor zijn er drie hardnekkige blinde vlekken ontstaan. In de wetenschap, waar nauwelijks onderzoek bestaat naar de combinatie van oudere migranten en communityvorming. In media, politiek en maatschappij, waar migratie over het algemeen in termen van problemen en tekorten wordt geframed. En bij fondsen en financiers, die oudere migranten nog te gemakkelijk als kwetsbare doelgroep zien en daardoor de focus leggen op zorg en hulp op individueel niveau, in plaats van op kracht en maatschappelijke betekenis.

De initiatieven die het RCOAK ondersteunt laten zien dat het echt anders kan. Dat oudere migranten daar graag aan deelnemen, dat ze daar zelf veel geluk aan ontlenen, en dat hun betekenis voor de omgeving groeit. Er schuilt een enorm maatschappelijk potentieel in deze groep. Dat potentieel onbenut laten is een gemiste kans, voor iedereen.

Je hebt nog een naam

Wat eigenlijk heel bijzonder is: in de gesprekken met de ouderen bij de initiatieven ging het nauwelijks over kwetsbaarheid, ellende of eenzaamheid. Dat die in hun leven zeker een rol spelen hoorden we van de initiatiefnemers. Maar de ouderen zelf straalden. Ze vertelden over plezier, verbondenheid, voldoening.

Wie de verhalen terugleest, ziet dat de betekenis van de initiatieven op allerlei manieren beleefd en verwoord wordt. Met als kern: je leeft weer op. Je bent er. Groepsbegeleider Bianca verwoordde dat mooi in het verhaal over de OBA: “Je wordt herkend, je hebt nog een naam. Men weet wat er met je aan de hand is.”

RCOAK Tabel Caption

Verbinding die verder reikt

Bij veel initiatieven is er ook impact buiten de bijeenkomsten. Mensen die elkaar eerst voorbijliepen, groeten elkaar nu op straat. Ze spreken af. Er ontstaan nieuwe communities. Wanneer het gaat om mensen met verschillende culturele achtergronden helpt dit bovendien om vooroordelen te verminderen. Dat doet iets met een buurt, het vergroot de medemenselijkheid.

Bij sommige initiatieven is die impact op de buurt of wijk extra groot. De filmpjes van Stadsreporters versterken aantoonbaar de verbinding in de buurt en geven buurtbewoners een positievere blik op hun eigen leefomgeving. Ze voelen meer motivatie om iets te doen, om samen problemen aan te pakken. De community van De emigratie generatie brengt gastlessen naar Utrechtse scholen. Kinderen leren er interviewen, horen over andere landen en de geschiedenis van migratie, en leren zo ook over hun eigen achtergrond.

Het is in de kern heel eenvoudig: als oudere migranten wél worden gezien, actief mee gaan doen en als communities zich ontwikkelen, groeit hun betekenis voor elkaar en voor anderen. Dan wordt hun sociaal kapitaal benut.

Het juiste zetje

In het openingsartikel werd al het belang van het juiste zetje benoemd: dat specifieke duwtje waardoor oudere migranten uit hun isolement kunnen komen. Bij de zeven initiatieven gingen we steeds op zoek naar hoe dat zetje er bij hen uitziet. In de serie verzamelden we zo een hele reeks van die duwtjes. Met een grote diversiteit, van innerlijke houding tot praktische randvoorwaarden.

Wat we vooral ontdekten: al deze initiatieven komen voort uit een kloppend hart, er is een grote persoonlijke betrokkenheid en dat vóelen deelnemers. Dat zorgt voor een innerlijke houding waardoor deze ouderen met een migratieachtergrond echt worden gezien en waarbij gelijkwaardigheid een bijna vanzelfsprekend uitgangspunt is. Er is daarbij de intentie om allemaal (team, vrijwilligers, deelnemers) met elkaar de verbinding aan te gaan, om het ‘gewoon’ samen goed te hebben. Zo bouw je stap voor stap aan een community en dat is zoveel meer dan een project realiseren.

Tatiana de la Fuente van Sfera geeft hier woorden aan: “Ieder mens is een mysterie voor mij, krachtig, kwetsbaar, gelijkwaardig en nooit volledig in te vullen”. En dat vertaalt zich in haar werkwijze: “In plaats van uit te gaan van aannames, werk ik vanuit continu afstemmen en navragen. Door behoeften niet vooraf in te vullen maar daarnaar te vragen, ontstaat er ruimte voor oprechte verbinding”. Jannekee Jansen op de Haar van De Jungle (thuishaven van Sfera) laat zien dat deze houding in de visie verankerd is: “Wij werken vanuit diep respect voor de mensen die komen en geven de vrouwen de kans om zelf regie te pakken. Zeker migrantenvrouwen krijgen vaak te horen of te voelen dat ze toch wat minder zijn. Omdat ze de taal niet spreken, of omdat ze geen of weinig opleiding hebben gehad. Ik vind dat we daarvan af moeten.”

Ook bij Het Danspaleis is heel duidelijk hoe dat kloppende hart doorwerkt in de activiteit, op de dansvloer in dit geval. Initiatiefneemster Suna Duijf: “Iedereen hoort erbij, iedereen wordt gezien. Je zet een toon waardoor het duidelijk is: dit is een plek waar iedereen veilig is en mag zijn wie die is. En ja, dan ontstaat er een sfeer waar je zoveel energie van krijgt.”

Elementen in de vormgeving van de aanpak die vaak terugkomen zijn culturele veiligheid en onderlinge herkenning, bijvoorbeeld bij de Kopi Kecil-groep groep voor Indische ouderen van Samen tegen Eenzaamheid. Daarnaast co-creatie, zodat mensen niet deelnemers zíjn maar mede-eigenaars. En continuïteit, zodat ouderen genoeg vertrouwen krijgen om zich echt te verbinden.

In randvoorwaardelijke zin is het essentieel dat het initiatief gedragen wordt door een team dat alles in huis heeft: het ‘vakmanschap’ om een geweldige methodiek te ontwikkelen, sociale vaardigheden en toegang tot de doelgroep. Dat zien we heel duidelijk bij de UP!-groepsgesprekken in Amsterdam Nieuw-West. Groepsbegeleider Ayse, zelf uit de wijk, kende veel vrouwen al. Ze zegt over haar samenwerking met initiatiefneemster Öznur Acar: “Zonder haar had ik het niet gedurfd. Zij heeft mij geholpen en ik heb een training gevolgd bij UP!”

Beelden van de initiatieven, o.a. OBA, Het Danspaleis en Stadsreporters. Caption

‘Liefde is het fondament’

Als directeur van het RCOAK gaf Suzanne Kooij de opdracht voor deze artikelenreeks. Ze deed dat vanuit een overtuiging dat het fonds een omslag moet maken, en omdat het RCOAK daar ook andere fondsen en gemeenten bij wil betrekken.

“Het valt me op dat het in de verhalen zoveel gaat over het belang van gezíen worden”, zegt ze. “In onze cultuur staan economische waarde en individuele prestatie centraal. Daardoor worden ouderen minder gezien en minder gehoord, ze voldoen niet aan allerlei impliciete maatstaven die wij er in onze maatschappij op nahouden. Ik ben bang dat dit voor migrantenouderen nog sterker geldt, want zij bewegen zich vaak buiten het gezichtsveld van welzijnsorganisaties en gemeenten. Het past bij het RCOAK om zich dan juist voor hen in te zetten, en om anderen daartoe te bewegen.”

Suzanne herkent sterk het belang van intrinsieke motivatie als basis. Het RCOAK is gehuisvest in een hofje met de naam ‘Liefde is het fondament’ in Amsterdam. En dat is het precies, zegt ze: “Achter alle succesvolle initiatieven voor en met oudere migranten staan initiatiefnemers die heel gedreven zijn voor de doelgroep en echt samen met hen willen optrekken. En dat niet even, maar jarenlang.”

Deze bevindingen zouden fondsen en gemeenten een duidelijke richting kunnen bieden. “We moeten initiatieven als deze met elkaar stutten, en de initiatiefnemers ondersteunen, want zij zijn essentieel voor de samenhang in onze buurten en wijken. Als fondsen kunnen we een initiatief helpen om tot bloei te komen: een eerste investering, ruimte om te groeien. Voor de verdere continuïteit zijn zowel fondsen als gemeenten onmisbaar.”

De pioniers uit deze serie zijn inmiddels ook de experts. Ze weten wat werkt, hebben het bewezen, en kunnen anderen op weg helpen. “Ik zou gemeenten en andere fondsen willen oproepen om die kennis te benutten, in plaats van steeds opnieuw te beginnen met vaak te generieke welzijnsprogramma’s die de doelgroep nauwelijks bereiken. Wat mij betreft moeten we het anders inrichten, in het belang van de oudere migranten en onze lokale gemeenschappen. De initiatieven die mét de doelgroep opgezet zijn en die hebben bewezen hen echt te bereiken, die dat juiste zetje kunnen bieden, zouden meer bij de ontwikkeling van beleid betrokken moeten worden én een meer structurele vorm van financiering moeten ontvangen, mijns inziens. In sommige gemeentes wordt hier overigens al aan gewerkt.”

Suzanne vindt dat vermogensfondsen zoals het RCOAK ook de hand in eigen boezem moeten steken. “Het RCOAK heeft een geschiedenis van ruim 420 jaar, lange tijd vooral gericht op ouderen met een Nederlandse achtergrond. Toen het kwartje viel dat er zo veel ouderen zijn met een migratieachtergrond, keken we eerst vooral naar hun problemen. Vervolgens lieten een aantal impactvolle initiatieven ons inzien wat een kracht en maatschappelijk potentieel er eigenlijk in deze ouderen zit. Dat was voor ons een nieuwe invalshoek! We hadden wat in te halen, en dat geldt ook voor collegafondsen, daar ben ik van overtuigd.”

Voor het RCOAK stopt het hier niet. Het fonds gaat door met het ondersteunen van initiatieven gericht op oudere migranten. En de reeks artikelen krijgt een vervolg: in het voorjaar van 2027 organiseert het RCOAK een werk- en inspiratiesessie voor professionals van welzijnsorganisaties, buurthuizen en gemeenten met hart voor oudere migranten. Samen met de hoofdpersonen uit de zeven verhalen: initiatiefnemers, vrijwilligers en de ouderen zelf.

Suzanne Kooij besluit: “Ik kan me er nu al op verheugen om een aantal van deze inspirerende en wereldwijze ouderen in de spotlights te zetten.”

Beelden van de initiatieven: UP!, Sfera, Samen tegen Eenzaamheid (de Kopi Kecil groep) en De emigratie generatie. Caption
Augustine Luhulina, Wilbert de Haan Westerveld en Irene Merks. © Pim Mul

Roep om verzorgingshuis speciaal voor Indisch-Molukse ouderen: ‘Ik kwam binnen en was direct verkocht’

AD, mei 2026

Een verzorgingshuis, speciaal voor Indisch-Molukse ouderen. Dat is de vurige wens van de Woerdense stichting Sinar Maluku. In Bussum staat al een tehuis waar deze ouderen zich, na jarenlange trauma’s, in hun laatste levensfase weer senang kunnen voelen: Nusantara. En daar voelt, proeft en ruikt álles Indonesisch. „Bij binnenkomst vroeg mijn tante: zijn we nou met het vliegtuig of met de auto?”

Door René Cazander

De moeder van ‘tante’ Irene Merks knapte helemaal op toen zij in Nusantara terecht kwam. Zij had 24 uur zorg nodig en kon niet meer thuis blijven. De sfeer, de taal, de aandacht. Ze waren daar allemaal heel lief voor haar, vertelt de 74-jarige Woerdense. „Mijn moeder was niet zo knuffelig, maar daar knuffelde ze zelfs met de broeders. Ze kwam weer tot leven.”

De 79-jarige Augustien Lukulima (ook wel bekend als ‘tante’ Outje) was eveneens direct verkocht, toen ze samen met een tante, voor wie de Woerdense geruime tijd mantelzorger was, een kennismakingsbezoekje bracht aan de vestiging van verzorgingshuis Nusantara in Bussum.

„De schuifdeuren gingen open, mijn tante keek naar binnen. Ze keek naar mij, keek weer naar binnen en toen weer naar mij en ze zei toen: zijn we nou met het vliegtuig of met de auto?”

Alles is Indonesisch. „Je komt binnen, de muziek, de geur van kruiden, het interieur, je wordt aangesproken in het Maleis. Ze werd met open armen ontvangen. Of ze daar al jaren zit. We waren daar maar twee uurtjes, ze werd beetgepakt, aangesproken met ‘tante’ en haar werd verteld dat ze hier zelf haar favoriete rica-rica mocht maken. Die gastvrijheid. Ze kennen daar onze achtergrond.”

Negen jaar gewoond in Kamp Singel
Nusantara is, mocht dat nog niet duidelijk zijn, geen doorsnee verzorgingshuis. Maar een plek waar de Indisch-Molukse ouderen zich in hun laatste jaren weer op hun gemak (senang) kunnen voelen.

We praten dan over de ouderen van de eerste generatie uit de Indonesische archipel, die rond 1951 in Nederland aankwamen en in kampen werden gehuisvest. Onder meer in Woerden (Kamp Kazerne, Kamp Utrechtsestraatweg en Kamp Singel). Deze verhuizing vond 75 jaar geleden plaats.

De ouders van Irene Merks hebben negen jaar in Kamp Singel gewoond, voordat ze in Woerden naar een ‘stenen’ huis verkasten. De opvang, huisvesting en zorg voor de bewoners van dergelijke kampen waren destijds zeer erbarmelijk. Deze groep verdient in hun laatste jaren dan ook een warmere aanpak, meent de Woerdense stichting Sinar Maluku.

Onze excuses
Helaas kunnen wij deze social post, liveblog of anders niet tonen omdat het één of meerdere social media-elementen bevat. Aanvaard de social media-cookies om deze inhoud alsnog te tonen.

Nusantara, dat in het Nederlands archipel betekent, kan daarbij helpen door het bieden van dagopvang/-besteding en in het meest ideale geval door bijvoorbeeld een dependance te openen in Woerden. De ultieme wens van beide partijen.

Het verzorgingshuis voor Indische en Molukse ouderen heeft nu twee vestigingen: eentje in Bussum (Patria) en eentje in Ugchelen (Rumah Saya), bij Apeldoorn. Hier wonen 150 ouderen, afkomstig uit het hele land. Beide vestigingen kampen met een wachtlijst, die steeds langer wordt, vertelt Wilbert de Haan Westerveld, lid van de Raad van Bestuur van Nusantara.

Het fenomeen ‘Indisch zwijgen’
Dat in Woerden een dependance komt, is gezien het huidige landelijke beleid, de komende jaren echter niet realistisch, daar is hij eerlijk over. „Er mogen geen bedden meer bijkomen. De overheid wil dat de ouderen zolang mogelijk thuis blijven wonen. Bovendien is er niet zomaar een locatie beschikbaar,” tempert hij alle verwachtingen. Maar de hulp kan ook op andere manieren, benadrukt hij.

Bijvoorbeeld door de mantelzorgers in de Molukse en Indische gemeenschap - meestal de oudste (schoon)dochter - bij te staan met kennis en advies, zodat die het beter aan kunnen. En de grens van hun kunnen beter aangeven. Om haar kennis te delen heeft het verzorgingshuis twee speciale medewerkers in dienst, die in gesprek gaan met de families waar de ouderen nog thuis wonen om te horen wat speelt en waar behoefte aan is, legt De Haan Westerveld uit.

Angela Manuputty, stichting Sinar Maluku: "Mantelzorg in de Indische en Molukse gemeenschap gaat veel verder en is veel zwaarder dan het traditionele Nederlandse begrip van mantelzorg. Voor veel Indische en Molukse ouderen is de weg naar een verpleeghuis geplaveid met pijn, plichtsbesef en onverwerkt verdriet. De trauma’s van de oorlog en de gedwongen verhuizing stopten de eerste generatie diep weg om de kinderen niet te belasten. Een fenomeen dat bekend staat als het ‘Indisch zwijgen’."

Gevoel gefaald te hebben
Angela Manuputty van de stichting Sinar Maluku: "Vanuit onze cultuur en gewoonten ligt er bij de familie een grote verantwoordelijkheid voor de zorg voor onze ouderen. Onze ‘balas orang tua punja tjapai’ (zorgplicht) gaat daarbij véél verder dan wat het Zorgkantoor en WMO verstaat onder mantelzorg. Deze zorgplicht is traditioneel belegd bij de oudste (schoon-)dochter.”

„De ongeschreven wet is dat zij zich volledig wegcijfert om de ouders te verzorgen. Maar zij wordt hierbij veelal geconfronteerd met dementie in combinatie met meerdere trauma’s, opgedaan in de periode van nog voor de Tweede Wereldoorlog tot en met het recente verleden.”

Augustine Luhulina, Wilbert de Haan Westerveld en Irene Merks. © Pim Mul Augustine Luhulina, Wilbert de Haan Westerveld en Irene Merks. Caption

Maar de stap om de ouders dan naar een verzorgingshuis te sturen, is heel groot. Wanneer het thuis echt niet meer gaat - bijvoorbeeld na een valpartij en als er 24-uurszorg nodig is - voelen kinderen vaak een immens schuldgevoel. Een gevoel gefaald te hebben en de ouders in de steek gelaten te hebben. De 74-jarige Merks kan hierover meepraten, vertelt ze. „Ik vond het moeilijk mijn ouders los te laten. Zij hebben tenslotte voor ons gezorgd. En dan wil je ze het liefst thuis houden totdat ze hun hoofd neerleggen.’’

Alle zintuigen worden getriggerd
De drempel om professionele hulp te zoeken is voor de eerste generatie Molukse ouderen die naar ons land is gekomen, torenhoog. Wanneer dementie toeslaat, vallen de remmen weg. „Doordat je licht gaat dementeren heb je die controle niet meer en dan komen de trauma’s eruit,” legt De Haan Westerveld uit. In een regulier Nederlands verpleeghuis leidt dit vaak tot onbegrip.

Om deze getraumatiseerde groep gespecialiseerde zorg en een veilige haven te geven, is meer nodig dan alleen wat Indische kleedjes aan de muur hangen, benadrukt het lid van de Raad van Bestuur van Nusantara. Zijn beide verzorgingshuizen zijn volledig doordrenkt van de adat (de oosterse gedragsvormen en tradities).

Vaak ontdekken ze dat ze een pela hebben, een diep gewortelde broederschap tussen bepaalde dorpen of eilanden

Wilbert de Haan Westerveld: "Zestig procent van het personeel heeft een link met Nederlands-Indië of de Molukken en velen spreken nog Maleis. Bij binnenkomst worden al je zintuigen getriggerd. Respect is de absolute basis: je noemt bewoners ‘oom’ of ‘tante’. Daarnaast is eten de grote verbinder. De geur van Indonesisch eten komt je al tegemoet wanneer je ‘s ochtends een van de twee vestigingen van Nusantara binnenkomt.”

Koken met sterren
Bij Nusantara wordt zeven dagen per week vers en kruidig gekookt. „Bewoners kunnen kiezen tussen Indonesisch en Nederlands eten. Tijdens de activiteit ‘Koken met sterren’ mogen bewoners samen met hun familie en de kok voor alle bewoners hun specifieke familierecepten bereiden. Dit eten ze dan met zijn allen op.”

De Haan Westerveld zet de geur van de Indonesische keuken zelfs wel eens ‘strategisch’ in: „Als ik belangrijke beslissingen in huis moet nemen met externe partijen, nodig ik ze om 11 uur ’s ochtends uit. Dan wordt volop gekookt. Vervolgens eten we samen met mijn gasten tussen de bewoners. Dan zie je ze smelten.”

Het valt hem elke keer weer op dat iets bijzonders gebeurt op het moment dat bewoners elkaar voor ’t eerst ontmoeten. „Ze stellen elkaar dan vaak direct de vraag van wel dorp ze komen en met welke boot zij zijn gekomen. Vaak ontdekken ze dat ze een pela hebben, een diep gewortelde broederschap tussen bepaalde dorpen of eilanden.“

Regulier verzorgingshuis geen optie
Tot slot nog even terug naar de 69-jarige tante Outje. De Woerdense zorgt al drie jaar thuis 24 uur per dag voor haar 86-jarige echtgenoot Lodewij. Hij heedt COPD en psychische oorlogstrauma’s. Tante Outje staat continu ‘aan’, legt ze uit. „Ik ben lichamelijk niet moe, maar hier in mijn hoofd ben ik moe. Ik kan niet slapen,” vertelt ze geëmotioneerd.

Haar man in een regulier Nederlands verzorgingshuis plaatsen is voor haar absoluut geen optie. Ook zij zelf wil dat later onder geen beding. „Dan verzorg ik hem liever zelf tot mijn dood toe. Ik ga hem niet dáár stoppen,” zegt ze stellig. „Hij zou daar doodongelukkig worden.” Haar enige hoop is een plekje in Nusantara. Dan weet ze zeker dat Lodewijk begrepen wordt en ‘thuis’ is.

Bij binnenkomst van de Nusantara-vestiging in Bussum kom je direct in Indonesische sferen Caption